
Gamen wordt nog meestal gezien als een nerdy bezigheid. Tienerjongens die zich lange nachten opsluiten op hun kamertjes, starend naar hun beeldschermen. Eerder bleek al dat een hoop games juist ook hele positieve effecten hebben op de gamers. Bijvoorbeeld het in het ontwikkelen van hun creativiteit.
De interessante presentaties van TED werpen daar meer licht op. Jane McGonigal beweert zelfs dat het benutten van alle 'game-capaciteit' noodzakelijk is voor het oplossen van de grote problemen in deze wereld. Gamers worden namelijk uitgedaagd om problemen op te lossen en om die problemen worden opgelost in samenwerking met vele anderen. Als je dat streven en die samenwerking kan vertalen naar de 'real world', dan wordt er een enorm potentieel aan creativiteit en positieve energie ontsloten.
Jesse Schell neemt het nog een stapje verder. De hij schetst een wereld waarin het hele leven een spel wordt. Daarin wordt alles gekoppeld aan technologie en beloning. Hoewel dat op eerste gezicht lijkt te leiden tot een sterk gecommercialiseerde wereld, is het speelveld niet niet alleen dat van de markt en de manipuleerde multinationals: ook de overheid kan op een eenvoudige manier mensen aanzetten tot een beter en gezonder leven. En geheel in lijn met nieuw overheidsbeleid dat overal in de wereld wordt ingezet: voorkomen van klacht en ziekten d.m.v. het nastreven van levenstijlveranderingen is veel positiever dan zorg achteraf.








JMdW